Je ziet een techbedrijf voor het eerst op de beurs verschijnen, de koers stijgt 40% op dag één, en je vraagt je af: had ik hier nu in kunnen stappen, en zo ja, hoe? Een tech-IPO klinkt als iets voor insiders met de juiste contacten, maar het is ook gewoon een mechanisme dat je kunt begrijpen. In dit artikel leggen we uit wat er precies gebeurt als een techbedrijf naar de beurs gaat, wie daar beter van wordt en wat jij als particuliere belegger realistisch kunt verwachten.
Wat is een tech-IPO?
IPO staat voor Initial Public Offering, oftewel een beursintroductie. Een techbedrijf dat tot dan toe privé was, verkoopt voor het eerst aandelen aan het grote publiek. Dat levert het bedrijf vers kapitaal op om te groeien, en het geeft vroege investeerders en medewerkers de kans om hun aandelen te gelde te maken. Klinkt simpel, maar de weg naar die eerste handelsdag duurt al snel een jaar of langer.
De stille voorbereiding die niemand ziet
Lang voordat jij iets leest over een aankomende beursgang, is er achter gesloten deuren al van alles in gang gezet. Het bedrijf laat eerst een uitgebreid boekenonderzoek uitvoeren, ook wel due diligence genoemd. Accountants doorlichten de cijfers, juristen checken contracten en risico’s, en het management bereidt zich voor op de vragen die aandeelhouders straks gaan stellen. Pas als alles op orde is, begint de echte machinerie.
Stap 1: De underwriter, de regisseur van de beursgang
Een techbedrijf huurt een of meerdere grote investeringsbanken in om de beursgang te regisseren. Die banken heten underwriters. Goldman Sachs, Morgan Stanley en JPMorgan zijn bekende namen die dit soort deals begeleiden. De underwriter adviseert over de timing, helpt de prijs bepalen en heeft een netwerk van grote beleggers om de aandelen bij te plaatsen. Als tegenprestatie krijgt de bank een percentage van de opbrengst, meestal ergens tussen de 3 en 7 procent van het totale bedrag dat de beursgang oplevert. Bij grote deals gaat het dan al snel om tientallen miljoenen euro’s of dollars aan vergoedingen.
Stap 2: De S-1, het document waar alles in staat
In de Verenigde Staten dient een bedrijf een S-1 in bij de toezichthouder SEC. In Europa heet het equivalent een prospectus. In dit document staat alles wat een belegger moet weten: de financiële resultaten van de afgelopen jaren, wie de grote aandeelhouders zijn, wat het bedrijf met het geld gaat doen, en alle risicofactoren. Die risicosectie is interessant om te lezen, want bedrijven zijn verplicht eerlijk te zijn over wat er mis kan gaan. Soms staat er in kleine letters dat het bedrijf al jarenlang verlies maakt en dat winstgevendheid onzeker is.
Stap 3: De roadshow, het verkooppraatje langs grote beleggers
Na het indienen van de S-1 start de roadshow. De CEO en CFO vliegen twee tot drie weken lang langs institutionele beleggers: pensioenfondsen, vermogensbeheerders en hedgefondsen. Ze presenteren hun verhaal en peilen hoeveel interesse er is en tegen welke prijs. Het is officieel een informatieronde, maar in de praktijk is het gewoon verkopen. De inschrijvingen die binnenkomen tijdens de roadshow bepalen grotendeels hoe de volgende stap verloopt.
Stap 4: De uitgiftekoers, altijd een politiek compromis
Op basis van de roadshow bepaalt het bedrijf samen met de underwriter de definitieve uitgiftekoers. Die koers is zelden simpel de hoogste prijs die iemand wil betalen. Als de prijs te hoog is, bestaat het risico dat de koers op de eerste dag direct zakt en dat slecht nieuws is voor het imago van het bedrijf. Als de prijs te laag is, laat het bedrijf geld liggen. Het is dus een afweging, en de underwriter heeft er belang bij om grote institutionele klanten een mooie instapprijs te gunnen. Die mogen namelijk vóór de eerste handelsdag aandelen kopen tegen de uitgiftekoers.
Stap 5: De eerste handelsdag en wat de openingskoers zegt
Dan is het zover: de aandelen worden verhandeld op de beurs. De openingskoers hoeft helemaal niet gelijk te zijn aan de uitgiftekoers. Bij Airbnb in 2020 was de uitgiftekoers 68 dollar, maar de aandelen openden direct op meer dan 140 dollar. Arm, de Britse chipontwerper die in 2023 naar de beurs ging in New York, steeg op de eerste dag met ruim 25 procent. Zo’n sprong klinkt fantastisch, maar het betekent ook dat de vroege institutionele beleggers al meteen winst maakten terwijl gewone particulieren de hogere openingskoers betaalden.
Wat een tech-IPO anders maakt
Bij veel tech-beursgangen doen oprichters iets bijzonders: ze houden de controle via dual-class aandelen. Dit zijn twee soorten aandelen waarbij de klasse die de oprichter bezit veel meer stemrechten heeft. Bij Google kregen oprichters Larry Page en Sergey Brin destijds via deze constructie het meervoudige stemrecht op hun aandelen. Als gewone belegger koop je dus wel een stuk van het bedrijf, maar je hebt weinig invloed. Dat is een bewuste keuze: oprichters willen hun langetermijnvisie kunnen doorvoeren zonder druk van aandeelhouders die op kwartaalcijfers sturen.
Wat jij als particulier wél en niet kunt doen
Hier is de minder glamoureuze realiteit: de meeste aandelen bij een IPO gaan naar institutionele beleggers. Als particulier sta je achteraan in de rij. Soms biedt een broker de mogelijkheid om in te schrijven op een IPO, maar dan gaat het om kleine aantallen en zijn de populairste deals al vergeven. In de meeste gevallen kun je pas kopen als de aandelen al op de beurs verhandeld worden. Je betaalt dan de openingskoers, die vaak al hoger is dan de uitgiftekoers.
Wij van Extended.nl raden particulieren aan om niet mee te doen aan de hype rondom de eerste handelsdag. De koers schommelt dan het hardst en de informatie die je hebt is beperkt. Wacht liever een paar maanden tot de koers zich heeft gezet en er kwartaalcijfers zijn gepubliceerd.
De lockup-periode: een moment om op te letten
Na de beursgang mogen insiders, zoals medewerkers en vroege investeerders, hun aandelen nog niet meteen verkopen. Die lockup-periode duurt meestal 90 tot 180 dagen. Als die periode afloopt, kunnen er ineens veel aandelen op de markt komen. Dat drukt de koers soms flink. Het is dan ook slim om als belegger de lockup-datum in je agenda te zetten als je overweegt aandelen te kopen. De koersdip die daarna kan komen, biedt soms juist een interessant instapmoment.
Alternatieven voor de klassieke IPO
Niet elk bedrijf kiest voor de klassieke route. Een direct listing betekent dat het bedrijf geen nieuwe aandelen uitgeeft maar bestaande aandeelhouders direct hun aandelen laten verkopen op de beurs, zonder roadshow en zonder underwriter die de prijs vastzet. Spotify koos hiervoor. Het voordeel is dat er geen geld naar de bank gaat, het nadeel is dat er minder controle is over de openingskoers.
Een SPAC (Special Purpose Acquisition Company) is een blanchecheque-bedrijf dat al op de beurs staat en vervolgens fuseert met een privébedrijf. Dat privébedrijf is dan via de achterdeur beursgenoteerd zonder het hele IPO-proces te doorlopen. SPAC’s waren rond 2021 enorm populair, maar velen presteerden slecht. Tegenwoordig worden ze met meer scepsis bekeken.
Een tech-IPO is een proces met veel tussenpersonen en belangen die niet allemaal in jouw richting wijzen. Als particulier ben je zelden de eerste die kan instappen, en de eerste handelsdag is lang niet altijd het beste moment om dat alsnog te doen. Beleggen vereist geduld en strategie. Wij van Extended.nl adviseren om in elk geval de prospectus te lezen, de lockup-periode in de gaten te houden en pas een beslissing te nemen als de koers een paar maanden de tijd heeft gehad om te stabiliseren. Dat is minder opwindend dan meesurfen op de hype, maar wel een stuk nuchterder.
